ECLI:NL:HR:2023:1400
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk en vermindert belastingboete wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een naheffingsaanslag omzetbelasting en een boetebeschikking over de periode van maart 2013 tot december 2014. De Hoge Raad beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Belanghebbende had een beroep op betalingsonmacht gedaan voor het griffierecht, maar dit niet aannemelijk gemaakt, ondanks herhaalde verzoeken en mededelingen.
De griffier stelde belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid het griffierecht te voldoen of nadere uitleg te geven, maar zonder resultaat. Hierdoor werd het beroep in cassatie op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens behandelde de Hoge Raad de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure, die tussen zes en twaalf maanden bedroeg.
Omdat de boete die door de rechtbank was verminderd hoger was dan € 1.000, besloot de Hoge Raad de boete met 10% te verminderen als gevolg van de termijnoverschrijding. De uitspraak van het hof, de rechtbank en de inspecteur werden vernietigd voor zover zij betrekking hadden op de boete. De Hoge Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 6 oktober 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de boete wordt verminderd tot € 2.792 wegens termijnoverschrijding.