Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
10 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor witwassen van een geldbedrag van €176.000. De verdachte voerde onder meer aan dat er onvoldoende bewijs was dat hij wist van de criminele herkomst van het geld. Daarnaast werd verbeurdverklaring van een auto opgelegd.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht bevatten.
Wel is geoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden door late aanlevering van stukken door het hof. Gelet op de opgelegde straf van zeven maanden gevangenisstraf en de mate van overschrijding, verbindt de Hoge Raad hieraan geen verdere rechtsgevolgen.
Het beroep wordt uiteindelijk verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor witwassen met zeven maanden gevangenisstraf blijft in stand.