Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen aan de staat tegen de betrokkene. De ontnemingsvordering hield verband met een geldtransactiedienst waarbij in Curaçao Colombiaanse bolivars werden omgewisseld in Amerikaanse dollars.
De betrokkene voerde onder meer aan dat een verklaring die zij bij de politie had afgelegd, waarin zij een schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel bevestigde zonder kennis van de onderliggende berekening en buiten aanwezigheid van een advocaat, niet als bewijs mocht worden gebruikt. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier tijdens een openbare terechtzitting op 17 oktober 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel.