Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
17 oktober 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 juni 2021, waarin verdachte werd veroordeeld voor bedreiging met een misdrijf tegen het leven en het weigeren medewerking te verlenen aan ademonderzoek.
Het eerste cassatiemiddel klaagde dat de beslissing van het hof niet in het openbaar was uitgesproken, zoals vereist volgens artikel 362 lid 1 Sv Pro. De Hoge Raad constateerde dat uit de stukken niet blijkt dat het hof aan deze eis had voldaan en oordeelde dat dit niet was gebeurd. De Hoge Raad besloot daarom zelf de beslissing van het hof op de openbare terechtzitting uit te spreken.
Het tweede cassatiemiddel betrof een onvolkomenheid bij de beëdiging van raadsheren, maar de Hoge Raad verwierp deze klacht op grond van een eerder arrest (HR 2022:1438).
Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn voor de cassatieprocedure was overschreden, maar gezien de opgelegde geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken, verbond hij hieraan geen verdere rechtsgevolgen.
Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beslissing van het hof wordt door de Hoge Raad openbaar uitgesproken.