Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
13 oktober 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De vrouw en de man hadden een relatie en kregen samen een kind met de Poolse nationaliteit. De vrouw oefent het gezag uit en woont met het kind in Nederland. De man verzocht om vervangende toestemming tot erkenning van het kind, nadat DNA-onderzoek zijn vaderschap bevestigde.
De rechtbank verleende deze toestemming, welke het hof bekrachtigde. Het hof oordeelde dat Pools recht, dat van toepassing is op de toestemming van de moeder, geen rechterlijke vervangende toestemming kent. Dit zou betekenen dat de vader geen juridische ingang heeft om zijn vaderschap te laten vaststellen, wat strijdig is met art. 8 EVRM Pro en de Nederlandse openbare orde.
Daarom paste het hof art. 10:6 BW Pro toe om het toepasselijke Poolse recht buiten toepassing te laten en het verzoek te beoordelen naar Nederlands recht. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt het cassatieberoep van de vrouw, waarmee de vervangende toestemming blijft staan.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de vervangende toestemming tot erkenning van het kind door de vader.