Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 november 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd verdachte door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens te hard rijden, in strijd met artikel 62 jo Pro. bord A 1 bijlage I RVV 1990. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarbij onder meer werd betoogd dat het una via-beginsel was geschonden. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Daarbij was het niet nodig om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
Het arrest werd op 14 november 2023 gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter, samen met raadsheren Van Strien en Kuijer. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof Amsterdam blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor te hard rijden.