Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1435

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
22/03876
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 242 SrArt. 342.2 SvArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in verkrachtingszaak wegens onvoldoende gronden

In deze strafzaak tegen de verdachte, geboren in 1989, heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 6 oktober 2022 een arrest gewezen inzake een verkrachtingszaak. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. Namens verdachte diende advocaat W.F.J. Kramer een cassatiemiddel in. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat deze onvoldoende zijn om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat het niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het beroep is derhalve op 14 november 2023 verworpen door de Hoge Raad, waarbij vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer het arrest hebben gewezen. Dit arrest bevestigt het bewijsminimum in verkrachtingszaken en de toepassing van het unu testis-criterium volgens art. 342.2 Sv.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03876
Datum14 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 oktober 2022, nummer 21-001090-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.F.J. Kramer, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2023.