ECLI:NL:HR:2023:1442

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
21/05219
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake schatting wederrechtelijk verkregen voordeel bij gewoontewitwassen

In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof met name de schatting van het voordeel van het gebruik van een bedrijfsauto, dat het hof had vastgesteld op de aanschafwaarde van € 6.050.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat de klachten onvoldoende zijn om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat dit niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Caminada en Posthumus, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 17 oktober 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05219 P
Datum17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2021, nummer 21-005925-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft D. Bektesevic, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 oktober 2023.