Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 oktober 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de betrokkene cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betrof met name de schatting van het voordeel van het gebruik van een bedrijfsauto, dat het hof had vastgesteld op de aanschafwaarde van € 6.050.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat de klachten onvoldoende zijn om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat dit niet van belang was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers als voorzitter en raadsheren Caminada en Posthumus, en uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 17 oktober 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel door het hof.