Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
17 oktober 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens gewoontewitwassen werd toegewezen.
Het cassatiemiddel richt zich op de wijze waarop het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gemotiveerd. De Hoge Raad volgt de conclusie van de advocaat-generaal dat het hof onvoldoende heeft onderbouwd dat het contante geld dat op de bankrekeningen van B en C is gestort, afkomstig was van betrokkene. De gebruikte bewijsmiddelen, zoals camerabeelden en tapgesprekken, ondersteunen dit oordeel niet.
Daarnaast heeft het hof niet de bewijsmiddelen overgenomen die in de strafzaak onderbouwen dat betrokkene het contante geld tezamen en in vereniging met anderen heeft witgewassen. De motivering dat gewoontewitwassen of andere strafbare feiten ertoe hebben geleid dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, is ontoereikend.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing op het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Caminada en Posthumus.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.