ECLI:NL:HR:2023:1447

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
21/05167
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e.3 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel bij gewoontewitwassen

De Hoge Raad behandelt het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens gewoontewitwassen werd toegewezen.

Het cassatiemiddel richt zich op de wijze waarop het hof de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft gemotiveerd. De Hoge Raad volgt de conclusie van de advocaat-generaal dat het hof onvoldoende heeft onderbouwd dat het contante geld dat op de bankrekeningen van B en C is gestort, afkomstig was van betrokkene. De gebruikte bewijsmiddelen, zoals camerabeelden en tapgesprekken, ondersteunen dit oordeel niet.

Daarnaast heeft het hof niet de bewijsmiddelen overgenomen die in de strafzaak onderbouwen dat betrokkene het contante geld tezamen en in vereniging met anderen heeft witgewassen. De motivering dat gewoontewitwassen of andere strafbare feiten ertoe hebben geleid dat betrokkene wederrechtelijk voordeel heeft verkregen, is ontoereikend.

Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing op het hoger beroep. Het arrest is gewezen door de vice-president Borgers en raadsheren Caminada en Posthumus.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/05167 P
Datum17 oktober 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 december 2021, nummer 21-005582-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft S.F.W. van ’t Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5, 8, 9 en 10 tot en met 16.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
17 oktober 2023.