ECLI:NL:HR:2023:1449

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 oktober 2023
Publicatiedatum
12 oktober 2023
Zaaknummer
22/02997
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:174 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid verhuurder bedrijfsruimte voor gebrek vloer

In deze zaak stond de vraag centraal of de verhuurder van een bedrijfsruimte aansprakelijk is voor schade die de huurder heeft geleden als gevolg van een gebrek aan de vloer. Eiseres, een B.V., vorderde in cassatie vernietiging van het arrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin de verhuurder, Gazeley Netherlands Coöperatief U.A., aansprakelijk werd gehouden.

De Hoge Raad verwijst voor het geding in feitelijke instanties naar eerdere vonnissen en arresten van rechtbank en hof. De klachten van eiseres tegen het arrest van het hof zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar leiden niet tot vernietiging. De Hoge Raad motiveert dit niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiseres in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak bevestigt daarmee de aansprakelijkheid van de verhuurder voor het gebrek aan de vloer en de daaruit voortvloeiende schade van de huurder.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de aansprakelijkheid van de verhuurder voor het gebrek aan de vloer blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/02997
Datum13 oktober 2023
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: P.J. Tanja,
tegen
GAZELEY NETHERLANDS COÖPERATIEF U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Gazeley,
advocaat: G.J. Harryvan.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 6961269 \ CV EXPL 18-4457 van de rechtbank Noord-Holland van 29 mei 2019;
b. de arresten in de zaak 200.265.491/01 van het gerechtshof Amsterdam van 24 september 2019 en 10 mei 2022.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 10 mei 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Gazeley heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor [eiseres] mede door M.W. Bakker.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gazeley begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
13 oktober 2023.