Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
(…)
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
3 februari 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de vraag of een vereffenaar bevoegd is een tussentijdse uitdelingslijst bij de vereffening van een nalatenschap in te trekken. De vereffenaar had een eerste uitdelingslijst neergelegd, die een uitkering aan de belastingdienst van € 4.500.000,- zou betekenen. Vervolgens trok hij deze lijst in en legde een herziene lijst neer met een lager bedrag van € 3.000.000,-. De weduwe, die de nalatenschap beneficiair had aanvaard, had verzet aangetekend tegen de eerste lijst.
De rechtbank oordeelde dat de intrekking niet rechtsgeldig was omdat intrekking slechts mogelijk zou zijn bij overduidelijke fouten die praktisch hersteld worden en waarbij zonder herstel de afwikkeling in gedrang zou komen. De rechtbank verklaarde de weduwe ontvankelijk in haar verzet.
De Hoge Raad stelt echter dat de rechtbank een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door deze strikte voorwaarden te stellen aan intrekking. Volgens de Hoge Raad is intrekking van een tussentijdse uitdelingslijst mogelijk zolang deze nog niet verbindend is geworden, zonder dat daarvoor overduidelijke fouten vereist zijn. De intrekking herstelt de situatie voorafgaand aan de uitdelingslijst en er bestaat geen recht op tussentijdse uitdeling. De Hoge Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart de weduwe niet-ontvankelijk in haar verzet.
Uitkomst: De weduwe wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen de ingetrokken tussentijdse uitdelingslijst.