ECLI:NL:HR:2023:1477

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
23 oktober 2023
Zaaknummer
22/02244
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 302 lid 1 SrArt. 310 SrArt. 350 lid 1 SrArt. 80a Wet RO
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak poging tot doodslag en mishandeling

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 juni 2022, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag, poging tot zware mishandeling en beschadiging van een politiebus.

De feiten betreffen een incident in 2020 in Schiedam waarbij de verdachte zijn ex-vriendin met 26 messteken verwondde, haar aware-knop en handtas afnam, en haar op de openbare weg met een kettingslot op het hoofd sloeg. Daarnaast werd een politiebus beschadigd.

De verdachte stelde beroep in cassatie in, vertegenwoordigd door zijn advocaat. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen, maar bracht geen schriftelijk standpunt in. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie verklaarde de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk zonder verdere motivering.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, tijdens een openbare terechtzitting op 7 november 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het hofarrest ongewijzigd blijft.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02244
Datum7 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 juni 2022, nummer 22-002650-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.W.M. Stevens, advocaat te 's‑Gravenhage, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2023.