Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
.165.000.
4.Beslissing
27 oktober 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een erfrechtelijk geschil tussen een dochter en zoon over het testament van hun moeder, waarin de dochter tot enige erfgename werd benoemd en de zoon impliciet werd onterfd. De zoon vorderde vernietiging van deze erfstelling wegens onjuiste beweegredenen, namelijk dat de moeder ten onrechte aannam dat de zoon een deel van de appelboomgaard zonder haar toestemming had toegeëigend.
De rechtbank wees de vorderingen af, oordelend dat de zoon door verjaring eigenaar was geworden van een deel van de boomgaard en dat geen sprake was van onrechtmatig handelen of benadeling. Het hof vernietigde het testament vanwege onjuiste beweegredenen, maar stelde dat het perceel van 12,50 are tot de nalatenschap behoorde.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof buiten de grenzen van de rechtsstrijd was getreden door het perceel op 12,50 are te stellen terwijl volgens de rechtbank slechts 10,55 are tot de nalatenschap behoorde. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat de bijlage bij het testament onderdeel uitmaakt van de uiterste wil en dat de mogelijkheid tot vernietiging op grond van onjuiste beweegredenen ook toekomt aan de onterfde zoon.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De kosten van het geding in cassatie worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling.