Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
31 oktober 2023.
Hoge Raad
De klager heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel. Namens hem heeft zijn advocaat een schriftuur ingediend, maar deze is pas ontvangen nadat de wettelijke termijn was verstreken. De advocaat-generaal concludeerde daarom tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.
De Hoge Raad beoordeelt dat de wet een strikte termijn stelt voor het indienen van schrifturen met cassatiemiddelen. Omdat deze termijn niet is nageleefd, kan het beroep niet in behandeling worden genomen. Dit volgt uit artikel 447 lid 5 in Pro samenhang met artikel 552d lid 3 van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad verklaart het beroep van de klager niet-ontvankelijk en wijst het beroep af. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 31 oktober 2023.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van schriftuur.