ECLI:NL:HR:2023:1497

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2023
Publicatiedatum
31 oktober 2023
Zaaknummer
22/01838
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 285.1 SrArt. 266.1 SrArt. 267.2 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak bedreiging en belediging ambtenaar

In deze strafzaak stond de bedreiging met een misdrijf tegen het leven en meervoudige belediging van een ambtenaar in rechtmatige uitoefening van zijn bediening centraal. De verdachte had een buitengewoon opsporingsambtenaar op een metrostation vastgepakt, richting het spoor geduwd en bedreigd met de woorden ‘Ik spring voor de metro en neem jou mee’. Daarnaast werden meerdere beledigingen gepleegd.

De benadeelde partij vorderde materiële en immateriële schadevergoeding wegens blijvend knieletsel opgelopen bij het terugduwen richting het perron. Het hof beoordeelde de toereikendheid van de motivering omtrent het causaal verband tussen het feit en de schade. Tevens kwam de redelijke termijn in hoger beroep aan de orde, waarbij het hof volstond met de constatering van overschrijding.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveerde niet uitvoerig omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01838
Datum7 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 mei 2022, nummer 22-000844-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2023.