ECLI:NL:HR:2023:1545

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
22/00246
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 375 SrBESArt. 435a SrBESArt. 445.1 SvBESArt. 446 SvBES
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende onderzoek verontschuldigbaarheid hoger beroep bij verkeerde griffie

In deze strafzaak betrof het meerdere keren gepleegde verduistering en witwassen door een rechtspersoon op Bonaire. Het hoger beroep werd ingesteld bij de griffie van Curaçao in plaats van de griffie van Bonaire vanwege de noodtoestand door COVID-19. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het niet op het juiste gerecht was ingesteld en oordeelde dat er geen verontschuldiging voor het verzuim bestond.

De verdachte stelde cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet had onderzocht of de griffiemedewerker van het gerecht in Curaçao aan de raadsvrouw had toegezegd dat de akte naar de griffie van Bonaire zou worden gezonden. Dit onderzoek is essentieel voor de beoordeling van de verontschuldigbaarheid van het verzuim.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor een nieuwe beoordeling. Hiermee wordt het belang van een zorgvuldige procedure en het recht op hoor en wederhoor benadrukt, zeker in bijzondere omstandigheden zoals een noodtoestand.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor nieuwe berechting vanwege onvoldoende onderzoek naar verontschuldigbaarheid van het verzuim bij het instellen van hoger beroep.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/00246 C
Datum14 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 14 januari 2022, nummer H 177/2020, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat het hoger beroep niet op de juiste wijze (want bij het verkeerde gerecht) is ingesteld.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/00245 C, ECLI:NL:HR:2023:1544.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat het hof niet heeft onderzocht of door de medewerker van de griffie van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao aan de raadsvrouw is toegezegd dat de op die griffie opgemaakte akte naar de griffie van het gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba zou worden gezonden.
3.2
De klacht is gegrond. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 22/00245 C, ECLI:NL:HR:2023:1544. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 november 2023.