ECLI:NL:HR:2023:1554
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatie ongegrond in belastingaanslagen 2015-2019
Belanghebbende heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin de aanslagen inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen over de jaren 2015 tot en met 2019 zijn bevestigd. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Er was geen noodzaak tot motivering omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.