ECLI:NL:HR:2023:159
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over WOZ-beschikkingen en verletkosten erfgenamen
De erfgenamen van een overledene hebben beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over WOZ-beschikkingen voor het jaar 2017 betreffende onroerende zaken aan een adres in Amsterdam, alsmede tegen hun verzoek tot vergoeding van verletkosten.
De Hoge Raad heeft de klachten van de erfgenamen beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van het Hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de klachten in te gaan omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om de proceskosten aan de erfgenamen toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard, waarmee het oordeel van het Hof Amsterdam standhoudt.
Het arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, en op 3 februari 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de erfgenamen wordt ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het Hof Amsterdam wordt bevestigd.