Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:1591

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2023
Publicatiedatum
16 november 2023
Zaaknummer
22/04567
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof in verzekeringsgeschil over hagelschade

In deze zaak vordert eiser een herziening van de eerdere arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake een verzekeringsgeschil met ASR Schadeverzekering N.V. Het geschil betreft de vraag of schade veroorzaakt door hagelstenen onder de dekking van een named perils-verzekering valt.

Eiser heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld, waarbij ASR een verweerschrift heeft ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de arresten van het hof.

De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

De uitspraak bevestigt daarmee het oordeel van het hof over de dekking van hagelschade onder de verzekeringsovereenkomst en sluit het geschil in cassatie af.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04567
Datum17 november 2023
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: J.W. de Jong,
tegen
ASR SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ASR,
advocaat: D.A. van der Kooij.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/431765 / HA ZA 17-131 van de rechtbank Midden-Nederland van 12 april 2017, 23 augustus 2017 en 14 november 2018;
b. de arresten in de zaak 200.255.789 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2020, 23 februari 2021 en 6 september 2022.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ASR heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ASR toegelicht door haar advocaat en door L. Tolatzis.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ASR begroot op € 7.115,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
17 november 2023.