Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de procureur-generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
21 november 2023.
Hoge Raad
De aanvrager werd door de rechtbank Gelderland veroordeeld voor belaging, meerdere bedreigingen en eenvoudige beledigingen, met een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie voorwaardelijk. Na de veroordeling kwam nader opsporingsonderzoek aan het licht waaruit bleek dat de aangeefster waarschijnlijk zelf de berichten had verstuurd waarvoor de aanvrager was veroordeeld, gebruikmakend van een betaalde service om sms-berichten anoniem of uit naam van anderen te verzenden.
De aanvraag tot herziening berustte op dit nieuwe gegeven, dat bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend was en dat een ernstig vermoeden wekte dat, indien dit bekend was geweest, de aanvrager vrijgesproken zou zijn. De procureur-generaal concludeerde tot gegrondverklaring van de aanvraag en beval opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis.
De Hoge Raad volgde deze conclusie en verklaarde de aanvraag gegrond. De zaak werd verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor een hernieuwde behandeling en afdoening. Hiermee wordt erkend dat de oorspronkelijke veroordeling mogelijk op onjuiste gronden is gebaseerd door het ontbreken van deze cruciale nieuwe informatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en verwijst de zaak naar het hof voor hernieuwde behandeling.