ECLI:NL:HR:2023:1605

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 november 2023
Publicatiedatum
17 november 2023
Zaaknummer
21/03980
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420ter SrArt. 420bis.1.b SrArt. 11a.1 OpiumwetArt. 11.5 OpiumwetArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens overschrijding redelijke termijn bij medeplegen witwassen en hennepverkoop

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen en medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot grootschalige hennepverkoop.

De Hoge Raad heeft de cassatieklachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest, behalve voor het onderdeel van de strafmaat. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, heeft de Hoge Raad besloten tot vermindering van de opgelegde taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis.

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, vermindert deze naar 190 uren taakstraf en 95 dagen hechtenis, en verwerpt het beroep voor het overige. Deze uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Taakstraf verminderd tot 190 uren en vervangende hechtenis tot 95 dagen wegens overschrijding redelijke termijn.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/03980
Datum21 november 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2021, nummer 21-000565-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 190 uren beloopt, subsidiair 95 dagen hechtenis;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 november 2023.