ECLI:NL:HR:2023:161
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2015-2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag inzake aan hem opgelegde aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2015 en 2016, boetebeschikkingen en belastingrente, ongegrond had verklaard.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij heeft de Hoge Raad geen inhoudelijke motivering gegeven omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023. Hiermee is het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond verklaard en blijft het oordeel van het hof in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.