ECLI:NL:HR:2023:1640
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting aanslagen 2013 en 2014
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen de door de Staatssecretaris van Financiën opgelegde aanslagen vennootschapsbelasting over de jaren 2013 en 2014, inclusief de daarbij behorende beschikkingen inzake belastingrente en artikel 20b, lid 1, Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Na een uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. Dit hof bevestigde de aanslagen en de beschikkingen.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld, maar geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.