Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
28 november 2023.
Hoge Raad
In deze strafzaak werd verdachte verdacht van poging tot moord in 2021 te Eindhoven, waarbij hij een taxichauffeur meerdere malen met een mes in het hoofd en in de richting van hoofd en nek stak. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had verdachte eerder veroordeeld.
Verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Namens verdachte werd een schriftuur ingediend. De procureur-generaal kreeg de gelegenheid een advies uit te brengen, maar bracht geen schriftelijk standpunt in.
De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep duidelijk niet kon slagen en maakte gebruik van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest werd op 28 november 2023 gewezen door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal.