Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 december 2023.
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiseres B.V. cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 oktober 2022, waarin het hof een uitspraak deed over de begroting van vervangende schadevergoeding. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het hof voor het gedingverloop in de feitelijke instanties.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop de advocaat van eiseres schriftelijk heeft gereageerd. De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij is overwogen dat het niet noodzakelijk is om de motivering te geven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiseres veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van PME Investment Services B.V. nihil zijn begroot. Het arrest is uitgesproken door raadsheer F.J.P. Lock en gewezen door vijf raadsheren.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofarrest bekrachtigd.