Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 december 2023.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of de verrichte hijswerkzaamheden kwalificeren als een overeenkomst van opdracht of als een overeenkomst van aanneming van werk, en of er sprake was van meerwerk. De zaak betrof een geschil tussen [eiseres] B.V. en Ale Heavylift over de juiste contractuele kwalificatie en de gevolgen daarvan.
De procedure begon bij de rechtbank Noord-Holland met vonnissen in maart en oktober 2019, waarna het gerechtshof Amsterdam op 19 juli 2022 een arrest wees. Tegen dit arrest stelde [eiseres] cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad heeft de klachten van [eiseres] beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de zaak inhoudelijk te motiveren omdat het niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en [eiseres] veroordeeld in de kosten van het geding, waarbij de kosten aan de zijde van Ale Heavylift zijn vastgesteld op €7.115 aan verschotten en €2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Het arrest is gewezen door de raadsheren du Perron, ter Heide en Salomons, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock op 1 december 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam wordt bekrachtigd.