Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 december 2023.
Hoge Raad
In maart 2015 liep [benadeelde] een incomplete dwarslaesie op nadat hij struikelde over een biggenrug op het parkeerterrein van ABN AMRO tijdens een bezoek aan het filiaal. De rechtbank wees zijn vordering af, maar het hof stelde ABN AMRO voor 60% aansprakelijk wegens een gebrekkig parkeerterrein.
Het hof baseerde zijn oordeel op de inrichting van het terrein, waaronder de visgraatindeling, de afmetingen van parkeervakken en het ontbreken van duidelijke looproutes en veiligheidsmaatregelen zoals contrasterende markeringen op de biggenruggen. ABN AMRO werd als eigenaar en wegbeheerder van het terrein aangemerkt.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het parkeerterrein als gebrekkig moet worden aangemerkt, met name door onvoldoende aandacht te besteden aan de kans op het gevaar, ernst van letsel, oplettendheid van gebruikers en de bezwaarlijkheid van alternatieve inrichtingen. Ook is het oordeel dat het terrein een openbare weg is onjuist, maar dit is niet doorslaggevend voor de aansprakelijkheid.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling. Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad [benadeelde] in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling.