Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
12 december 2023.
Hoge Raad
De betrokkene werd geconfronteerd met een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, gerelateerd aan deelname aan een criminele organisatie en hennepteelt. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had op 28 februari 2022 een uitspraak gedaan waarin onder meer de hoogte van de ontnemingsvordering en de aftrek van investeringskosten aan de orde kwamen.
In cassatie werd onder meer geklaagd over de afwijzing van een verzoek tot aanhouding van de terechtzitting vanwege een coronabesmetting in de familie van betrokkene, de wijze van aftrek van investeringskosten en de beoordeling van de redelijke termijn in de feitelijke aanleg. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de vragen in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 12 december 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van het hof.