ECLI:NL:HR:2023:1713
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake inkomstenbelasting 2018
Belanghebbende heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 december 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2018 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof definitief is bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2018 blijft ongewijzigd.