ECLI:NL:HR:2023:1734

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2023
Publicatiedatum
8 december 2023
Zaaknummer
22/03594
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 Wetboek van StrafvorderingArt. 116 lid 3 Wetboek van StrafvorderingArt. 552a Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep cassatie inzake beslag op leaseauto bij verdenking verduistering

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland waarbij een klaagschrift werd behandeld over het beslag op een leaseauto. De leaseauto was in beslag genomen onder verdenking van verduistering in het kader van een arbeidsconflict tussen de klager en zijn werkgever. De auto was onder de vermelding 'verzekeringsleep' afgesleept naar een autodealer en daarmee aan een ander geretourneerd dan aan de beslagene, zonder toepassing van artikel 116 lid 3 Wetboek Pro van Strafvordering.

De klager voerde aan dat het beslag onrechtmatig was en dat de leaseauto aan hem teruggegeven diende te worden. De rechtbank verwierp dit verweer en de Hoge Raad heeft het cassatieberoep tegen deze beslissing beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten vanwege artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Deze beslissing werd genomen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Gelderland bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/03594 B
Datum12 december 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Gelderland van 7 september 2022, nummer RK 22/006567, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft R.J.M. Oerlemans, advocaat te 's‑Hertogenbosch, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 december 2023.