Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
12 december 2023.
Hoge Raad
In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2022, waarin op een vordering van de officier van justitie ex artikel 552f lid 2 Sv werd beslist over de onttrekking aan het verkeer van 717 kilo verpulverde bast van de plant Mimosa Hostilis.
De kern van het geschil betrof de vraag of deze verpulverde bast, hoewel de plant zelf niet op de Opiumwetlijst staat, toch onder lijst I van de Opiumwet valt vanwege de aanwezigheid van de stof DMT, die wel op lijst I staat. De rechtbank oordeelde bevestigend en besloot tot onttrekking aan het verkeer.
De belanghebbende stelde zich hiertegen op, maar de Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van de rechtbank nader te toetsen, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.
De beschikking werd uitgesproken door de vice-president van den Brink, met raadsheren Buruma en Röttgering, op 12 december 2023.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de onttrekking aan het verkeer van de verpulverde Mimosa Hostilis.