ECLI:NL:HR:2023:1738

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 december 2023
Publicatiedatum
12 december 2023
Zaaknummer
22/02725
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 552f lid 2 SvArt. 36b.1.4 SrArt. 2.B OpiumwetArt. 1.1.c Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen onttrekking verpulverde Mimosa Hostilis aan het verkeer

In deze zaak is het cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2022, waarin op een vordering van de officier van justitie ex artikel 552f lid 2 Sv werd beslist over de onttrekking aan het verkeer van 717 kilo verpulverde bast van de plant Mimosa Hostilis.

De kern van het geschil betrof de vraag of deze verpulverde bast, hoewel de plant zelf niet op de Opiumwetlijst staat, toch onder lijst I van de Opiumwet valt vanwege de aanwezigheid van de stof DMT, die wel op lijst I staat. De rechtbank oordeelde bevestigend en besloot tot onttrekking aan het verkeer.

De belanghebbende stelde zich hiertegen op, maar de Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van de rechtbank nader te toetsen, omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De beschikking werd uitgesproken door de vice-president van den Brink, met raadsheren Buruma en Röttgering, op 12 december 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de onttrekking aan het verkeer van de verpulverde Mimosa Hostilis.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/02725 B
Datum12 december 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 20 juni 2022, nummer RK 22/008705, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[belanghebbende],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de belanghebbende.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft D.J.M. Dammers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 december 2023.