Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
12 december 2023.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor poging tot doodslag, gepleegd in 2019 in Hendrik-Ido-Ambacht. De verdachte had tijdens een conflict over klussen en betaling in de woning van zijn broer met een hamer op het hoofd van zijn broer geslagen, waardoor deze van de trap viel. Het gerechtshof Den Haag had de zaak behandeld en op 22 juli 2022 uitspraak gedaan.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld en daarbij vastgesteld dat het cassatieberoep niet kan slagen. Dit mede omdat er geen schriftelijk standpunt van de procureur-generaal was ingediend, zoals vereist volgens artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is uitgesproken op 12 december 2023 door de strafkamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van vice-president M.J. Borgers, met raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijk standpunt van de procureur-generaal.