ECLI:NL:HR:2023:1749

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 december 2023
Publicatiedatum
14 december 2023
Zaaknummer
22/04702
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet ROArt. 156 lid 1 RvArt. 157 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof inzake opschorting betaling en bill of lading bij koop moorties

De Stichting Evenaar gaf opdracht tot bemiddeling bij de koop en aflevering van moorties uit India voor een tempel in Almere. De bemiddelaar beriep zich op opschorting van de afgifte van de bill of lading vanwege een vrijwaringsafspraak. De kern van het geschil betrof de vraag of het opschortingsrecht ook betrekking had op de toegezegde betaling van 1.200.000 Indiase roepies en of dit opschortingsrecht nadien was geëindigd.

De procedure kende een lange voorgeschiedenis met eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof. De Stichting stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof van 18 oktober 2022. Tegen de verweerder werd verstek verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad heeft de klachten van de Stichting beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd verworpen en de Stichting werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt arrest hof over opschorting bij koop moorties.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04702
Datum15 december 2023
ARREST
In de zaak van
STICHTING EVENAAR,
gevestigd te Almere,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Stichting,
advocaat: A.C. van Schaick,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats], India,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder],
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest tussen partijen in de zaak 18/02218 van 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:566);
b. het vonnis in de zaak 405748/HL ZA 15-365 van de rechtbank Midden-Nederland van 27 mei 2020;
c. de arresten in de zaak 200.284.925/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juni 2021 en 18 oktober 2022.
De Stichting heeft tegen het arrest van het hof van 18 oktober 2022 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Stichting heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
15 december 2023.