ECLI:NL:HR:2023:1753
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Kenbaarheidseisen NEN-normen in zuiveringsheffing en bekendmaking Verordening Waterschapswet
Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht legde aan belanghebbende een aanslag zuiveringsheffing bedrijven op voor het jaar 2018, gebaseerd op de Verordening zuiveringsheffing Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden 2017. De Verordening verwijst naar NEN-normen die bepalend zijn voor de heffingsmaatstaf.
In hoger beroep bij het Hof Arnhem-Leeuwarden stond centraal of aan de kenbaarheidseisen van artikel 73 en Pro 111 Waterschapswet was voldaan ten aanzien van deze NEN-normen. Het Hof oordeelde dat de Verordening zelf het besluit is dat algemeen verbindende voorschriften bevat en dat de kenbaarheidseisen niet via het wijzigingsbesluit konden worden voldaan, mede omdat dit wijzigingsbesluit betrekking had op 2017 en niet op 2018.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd. Het wijzigingsbesluit, gepubliceerd in het Waterschapsblad met daarin de Verordening en de verwijzing naar de NEN-normen, voldoet aan de kenbaarheidseisen. De normen zijn ter inzage gelegd en afschriften zijn op verzoek verkrijgbaar. Hierdoor is de heffingsmaatstaf voldoende bekendgemaakt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de uitspraak van de Rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en wijst het beroep in cassatie toe. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof en de Rechtbank worden vernietigd.