Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het derde cassatiemiddel
4.Beslissing
19 december 2023.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die jarenlang een meisje van 6 tot 9 jaar seksueel heeft misbruikt. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft hem veroordeeld op grond van artikel 244 juncto Pro 248 lid 2 Sr. De verdachte stelde in cassatie meerdere klachten in, waaronder over het bewijsminimum en de vraag of het slachtoffer aan zijn zorg was toevertrouwd.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het bewijs en de toevertrouwingsvraag niet tot vernietiging van het arrest konden leiden en hoefde deze niet inhoudelijk te motiveren. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden omdat stukken te laat waren ingezonden en de uitspraak pas na meer dan zestien maanden na cassatieberoep volgde.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor wat betreft de strafoplegging en verminderde de opgelegde gevangenisstraf met twee jaar tot een duur van een jaar en elf maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot een jaar en elf maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.