Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 december 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld voor het voorbereiden en bevorderen van de verkoop van cocaïne en heroïne. Centraal stond de vraag of het door de politie beantwoorden van inkomende oproepen op een van de inbeslaggenomen mobiele telefoons van de verdachte een vormverzuim opleverde volgens artikel 359a Sv.
Het hof had geoordeeld dat deze handeling slechts een beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte betekende en dat daarvoor geen voorafgaande toestemming van de officier van justitie nodig was. De verdediging stelde dat dit onrechtmatig was en dat bewijsuitsluiting of strafvermindering op zijn plaats was.
De Hoge Raad stelt vast dat het beantwoorden van oproepen niet kan worden gekwalificeerd als een onderzoek aan de telefoon in de zin van eerdere jurisprudentie en dat de bevoegdheid hiertoe niet in de wet is geregeld. Desondanks is deze opsporingsmethode toegestaan op grond van de Politiewet 2012 en het Wetboek van Strafvordering, mits de inbreuk beperkt blijft en de integriteit van de opsporing gewaarborgd is.
Gezien de omstandigheden, waaronder het beperkte aantal beantwoorde oproepen en het feit dat de opsporingsambtenaar zich bekendmaakte, is het oordeel van het hof dat geen vormverzuim is gepleegd niet onjuist of onbegrijpelijk. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
De uitspraak bevestigt de ruimte voor niet specifiek in de wet geregelde opsporingsmethoden mits zij proportioneel zijn en respect tonen voor grondrechten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het beantwoorden van inkomende oproepen op een inbeslaggenomen telefoon door de politie is geen vormverzuim.