Uitspraak
1.Geding in cassatie
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juni 2021, waarin het hof het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over het jaar 2009 heeft behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 22 december 2023 in het openbaar gewezen door de raadsheren Feteris, Faase en Cools.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard.