ECLI:NL:HR:2023:1782
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslagen 2014 en 2015
De erfgenaam van [A] heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 3 november 2022, waarin het hoger beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2014 en 2015 werd behandeld.
Na het verstrijken van de cassatietermijn heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend, waarop de Hoge Raad geen acht slaat. Zowel de Staatssecretaris van Financiën als de Minister van Justitie en Veiligheid hebben een verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van de uitspraak van het Hof kunnen leiden. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht bevatten, is geen nadere motivering vereist.
Ten aanzien van de proceskosten ziet de Hoge Raad geen aanleiding tot veroordeling. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, Wortel en Van der Voort Maarschalk en op 22 december 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.