ECLI:NL:HR:2023:1804

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
22/04820
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake renteopslag Euribor-hypotheken

Stichting SDB heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 oktober 2022, waarin het hof een geschil met ABN AMRO over renteopslag op basis van een eenzijdig wijzigingsbeding bij Euribor-hypotheken behandelde. De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 22 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1830) en beoordeelt de klachten van SDB over het hofarrest.

De Hoge Raad concludeert dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en ziet geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was eveneens gericht op verwerping.

De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt Stichting SDB in de proceskosten, begroot op € 857 aan verschotten en € 2.200 voor salaris aan de zijde van ABN AMRO. Het arrest is gewezen door de vicepresident Kroeze als voorzitter en raadsheren Salomons en Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting SDB wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/04820
Datum22 december 2023
ARREST
In de zaak van
STICHTING SDB,
gevestigd te Groningen,
EISERES tot cassatie,
hierna: SDB,
advocaat: D. Rijpma,
tegen
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: ABN AMRO,
advocaat: F.E. Vermeulen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 18/01151 van 22 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1830);
b. het arrest in de zaak 200.274.643/03 van het gerechtshof Den Haag van 11 oktober 2022.
SDB heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor ABN AMRO toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van SDB heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt SDB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van ABN AMRO begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
22 december 2023.