Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 december 2023.
Hoge Raad
Stichting SDB heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 oktober 2022, waarin het hof een geschil met ABN AMRO over renteopslag op basis van een eenzijdig wijzigingsbeding bij Euribor-hypotheken behandelde. De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 22 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1830) en beoordeelt de klachten van SDB over het hofarrest.
De Hoge Raad concludeert dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het hofarrest en ziet geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was eveneens gericht op verwerping.
De Hoge Raad wijst het beroep af en veroordeelt Stichting SDB in de proceskosten, begroot op € 857 aan verschotten en € 2.200 voor salaris aan de zijde van ABN AMRO. Het arrest is gewezen door de vicepresident Kroeze als voorzitter en raadsheren Salomons en Teuben, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting SDB wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag bevestigd.