ECLI:NL:HR:2023:1807

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
23/00093
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest over uitleg ontervingsbepaling in testament bij weigering medewerking verdeling nalatenschap

In deze zaak stond de uitleg van een ontervingsbepaling in een testament centraal, waarin werd bepaald dat een erfgenaam die weigert mee te werken aan de verdeling van de nalatenschap door ondertekening van een notariële akte, als erfgenaam wordt uitgesloten.

De zaak is in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Midden-Nederland met vonnissen van 16 november 2018 en 21 april 2020, gevolgd door arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juni 2021 en 11 oktober 2022. Tegen het laatste arrest heeft eiseres cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.555,-- inclusief wettelijke rente. Hiermee is het arrest van het hof definitief bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/00093
Datum22 december 2023
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: A.H. Vermeulen,
tegen
1. [verweerster 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna: [verweerster 1] en de moeder,
advocaat: A.H.M. van den Steenhoven.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak NL18.18642 van de rechtbank Midden-Nederland van 16 november 2018 en 21 april 2020;
b. de arresten in de zaak 200.281.281 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juni 2021 en 11 oktober 2022.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof van 11 oktober 2022 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerster 1] en de moeder hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster 1] en de moeder begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H. Sieburgh, als voorzitter, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
22 december 2023.