Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 december 2023.
Hoge Raad
In deze zaak stond de uitleg van een ontervingsbepaling in een testament centraal, waarin werd bepaald dat een erfgenaam die weigert mee te werken aan de verdeling van de nalatenschap door ondertekening van een notariële akte, als erfgenaam wordt uitgesloten.
De zaak is in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Midden-Nederland met vonnissen van 16 november 2018 en 21 april 2020, gevolgd door arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juni 2021 en 11 oktober 2022. Tegen het laatste arrest heeft eiseres cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.555,-- inclusief wettelijke rente. Hiermee is het arrest van het hof definitief bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof bevestigd.