ECLI:NL:HR:2023:207
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2015 en 2016
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 22 maart 2022, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag inzake aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2015 en 2016 heeft behandeld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en het geschil betreft de juistheid van de opgelegde aanslagen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente. De Hoge Raad heeft de ingediende klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, is geen nadere motivering gegeven.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee het arrest van het hof definitief is bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof wordt bevestigd.