ECLI:NL:HR:2023:208
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake aanslag inkomstenbelasting 2017
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 had behandeld. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de hofuitspraak.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2023. Hiermee blijft de aanslag en de beschikking inzake belastingrente ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag wordt bevestigd.