ECLI:NL:HR:2023:208

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2023
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
22/01700
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof Den Haag inzake aanslag inkomstenbelasting 2017

Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2017 had behandeld. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de hofuitspraak.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Ook is geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2023. Hiermee blijft de aanslag en de beschikking inzake belastingrente ongewijzigd van kracht.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer22/01700
Datum10 februari 2023
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 22 maart 2022, nr. BK-21/00778 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 20/5587) betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2017 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2023.