ECLI:NL:HR:2023:213
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in belastingzaak tegen Staatssecretaris van Financiën
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 21 april 2022 in een belastingzaak. De zaak betrof het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van de Rechtbank van 8 december 2021.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van de bestreden uitspraak.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Cools en van der Voort Maarschalk en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.