ECLI:NL:HR:2023:215
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Gerechtshof inzake belastingaanslagen en boetes 2015-2016
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 4 mei 2022, waarin het hof uitspraak deed over de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor de jaren 2015 en 2016, alsmede de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2016, inclusief de daarbij behorende boetebeschikkingen en belastingrente.
De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad wees tevens een veroordeling in proceskosten af en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee werd het arrest van het Gerechtshof Den Haag bekrachtigd, waarmee de aanslagen, boetes en belastingrente voor de betreffende jaren definitief zijn vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag wordt bevestigd.