ECLI:NL:HR:2023:221

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
20/04075
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3.A OpiumwetArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen uitvoer hennep en vermindert gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding

De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van het uitvoeren van hennep buiten Nederland. In cassatie werd betoogd dat het hof onvoldoende bewijs had voor de identificatie van de verdachte in tapgesprekken en voor het medeplegen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd, mede op basis van verklaringen van medeverdachten en stemherkenning door een tolk.

De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af, bevestigt de bewezenverklaring en het oordeel over medeplegen. Wel constateert de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf met 69 dagen wordt verminderd tot 66 dagen.

Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de duur van de gevangenisstraf betreft, en het beroep wordt voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de strafkamer van de Hoge Raad op 14 februari 2023.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen uitvoer hennep en vermindert de gevangenisstraf met 69 dagen wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04075
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 december 2020, nummer 20-003041-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte01]
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum01] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A. Kaarls, advocaat te 'sGravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het klaagt in het bijzonder over het oordeel van het hof dat het niet anders kan dan dat de verdachte de persoon is geweest die in tapgesprekken ‘ [bijnaam] ’ werd genoemd.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 tot en met 11.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring ten aanzien van het medeplegen niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 15 tot en met 19.

4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 69 dagen.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 66 dagen beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.