ECLI:NL:HR:2023:227

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2023
Publicatiedatum
10 februari 2023
Zaaknummer
21/01389
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 131 lid 1 SrArt. 10 EVRMArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
6 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in opruiingszaak wegens doodschieten Sinterklaas-acteur

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak over opruiing tot het doodschieten van een Sinterklaas-acteur in 2017. De verdachte werd veroordeeld wegens opruiing op grond van artikel 131 lid 1 Sr Pro.

In cassatie werden verschillende klachten ingebracht, waaronder de vraag of het bericht als opruiend moet worden beschouwd, en een verweer dat het artikel 131 Sr Pro in strijd zou zijn met artikel 10 EVRM Pro, het recht op vrijheid van meningsuiting. Ook werd de strafmotivering aangevochten, met name de taakstraf van 34 uur en subsidiair 17 dagen hechtenis, terwijl het Openbaar Ministerie een geldboete van €300 had gevorderd.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het hofarrest konden leiden en dat het niet nodig was om de vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De strafoplegging werd als begrijpelijk beoordeeld, ondanks dat het hof een zwaardere straf oplegde dan de eis.

Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada op 14 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor opruiing blijft in stand met een taakstraf van 34 uur, subsidiair 17 dagen hechtenis.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01389
Datum14 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 maart 2021, nummer 21-005130-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. Tamas, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2023.