Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
14 februari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor belaging van een bedrijfsleider van een restaurant. Gedurende ongeveer zeven maanden stuurde verdachte e-mailberichten, bezorgde een boek en een kaart, en bezocht de bedrijfsleider op haar werk, hetgeen volgens het hof een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer vormde.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de beoordeling van het begrip 'stelselmatig' in het kader van artikel 285b lid 1 Sr. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.
De Hoge Raad besloot het beroep te verwerpen zonder nadere motivering, omdat het niet noodzakelijk was om vragen te beantwoorden die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het hof blijft in stand.