ECLI:NL:HR:2023:257

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
22/04236
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 lid 2 OverleveringswetArt. 456 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep in overleveringszaak wegens ontbreken rechtsmiddel

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een vordering tot overlevering van de opgeëiste persoon. De Hoge Raad overwoog dat artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet bepaalt dat tegen een uitspraak als deze geen gewoon rechtsmiddel openstaat, waaronder cassatieberoep.

De advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad bevestigde dit en nam het cassatieberoep niet in behandeling. Hiermee werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, tijdens een openbare terechtzitting op 21 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de overleveringsuitspraak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04236
Datum21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2022, nummer [001] , op een vordering als bedoeld in artikel 23 van Pro de Overleveringswet tot overlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

In artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet is bepaald dat tegen een uitspraak als deze geen rechtsmiddel openstaat (behoudens beroep in cassatie in het belang van de wet, bedoeld in artikel 456 van Pro het Wetboek van Strafvordering). Een gewoon rechtsmiddel, zoals dit cassatieberoep, staat dus niet open. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 februari 2023.