ECLI:NL:HR:2023:258

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
22/04241
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 lid 2 OverleveringswetArt. 23 OverleveringswetArt. 456 Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in overleveringszaak wegens ontbreken rechtsmiddel

In deze overleveringszaak heeft de opgeëiste persoon beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2022. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid. Volgens artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet staat tegen een dergelijke uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open, waaronder cassatieberoep.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk heeft behandeld.

De uitspraak benadrukt dat alleen het beroep in cassatie in het belang van de wet, zoals bedoeld in artikel 456 van Pro het Wetboek van Strafvordering, mogelijk is tegen dit soort uitspraken. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 februari 2023.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de uitspraak.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04241
Datum21 februari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2022, nummer [001] , op een vordering als bedoeld in artikel 23 van Pro de Overleveringswet tot overlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

In artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet is bepaald dat tegen een uitspraak als deze geen rechtsmiddel openstaat (behoudens beroep in cassatie in het belang van de wet, bedoeld in artikel 456 van Pro het Wetboek van Strafvordering). Een gewoon rechtsmiddel, zoals dit cassatieberoep, staat dus niet open. Dat brengt mee dat de Hoge Raad het cassatieberoep niet in behandeling kan nemen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 februari 2023.