Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
21 februari 2023.
Hoge Raad
In deze overleveringszaak heeft de opgeëiste persoon beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 oktober 2022. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid. Volgens artikel 29 lid 2 van Pro de Overleveringswet staat tegen een dergelijke uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open, waaronder cassatieberoep.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de Hoge Raad het beroep niet inhoudelijk heeft behandeld.
De uitspraak benadrukt dat alleen het beroep in cassatie in het belang van de wet, zoals bedoeld in artikel 456 van Pro het Wetboek van Strafvordering, mogelijk is tegen dit soort uitspraken. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 februari 2023.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen gewoon rechtsmiddel openstaat tegen de uitspraak.