Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
21 februari 2023.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 21 februari 2023 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 26 januari 2021, betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt.
De betrokkene had beroep ingesteld tegen het hofarrest. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het hofarrest niet tot vernietiging konden leiden, behalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro was overschreden.
De overschrijding van de redelijke termijn leidde tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van €161.785,33 naar €156.785,33. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee bevestigde de Hoge Raad het principe dat overschrijding van de redelijke termijn gevolgen kan hebben voor de hoogte van opgelegde sancties.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot €156.785,33 wegens overschrijding van de redelijke termijn.